De uitgaven binnen zowel de jeugdzorg als de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) vormen een structureel financieel aandachtspunt voor de gemeente Scherpenzeel. Beide domeinen kennen het karakter van een open-einde regeling, waardoor de gemeente gehouden is ondersteuning te bieden, terwijl de uitgaven slechts beperkt beïnvloedbaar zijn en zich moeilijk nauwkeurig laten ramen.
Binnen de jeugdzorg blijft sprake van onzekerheid over de ontwikkeling van de kosten, mede door de afhankelijkheid van rijksmaatregelen en -middelen. De incidentele aanvullende middelen tot en met 2027 verlichten de druk op korte termijn, maar bieden geen structurele zekerheid. Daarbij is onduidelijk in hoeverre het Rijk veronderstelde besparingen vanaf 2028 daadwerkelijk realiseert.
Ook binnen de Wmo is sprake van autonome groei, onder andere als gevolg van demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing. De aanvullende rijksmiddelen dempen de financiële druk, maar nemen de onzekerheid over de uitgavenontwikkeling niet weg. Het uitstel van de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage tot 2028 zorgt voor een tijdelijke verlichting, maar verschuift een deel van het risico naar latere jaren.
Voor Scherpenzeel betekent dit dat:
- sprake is van structurele onzekerheid over de ontwikkeling van de uitgaven binnen het sociaal domein;
- de kosten beperkt beheersbaar zijn door het open-einde karakter van beide regelingen;
- de afhankelijkheid van rijksbeleid en toekomstige financieringssystematiek groot blijft.
De ontwikkeling van de uitgaven binnen de jeugdzorg en Wmo wordt via de reguliere planning- en controlcyclus nauwgezet gevolgd, zodat waar nodig tijdig kan worden bijgestuurd.
