Het meerjarige financiële beeld laat zien dat de begroting op basis van de huidige inzichten nog niet structureel in balans is. Alleen in het laatste jaar van de meerjarenraming (2030) is sprake van een sluitend beeld. Dit wordt niet alleen veroorzaakt door de ontwikkeling van de algemene uitkering, maar ook door bredere factoren zoals kostenstijgingen, loon- en prijsontwikkelingen en de groei van gemeentelijke taken.
Tegelijkertijd zijn belangrijke financiële kaders nog in ontwikkeling. Met de meicirculaire 2026 wordt meer duidelijkheid verwacht over de middelen vanuit het Rijk. In aanloop naar de begroting 2027 wordt daarom bewust financiële terughoudendheid betracht. Dit betekent dat kritisch wordt omgegaan met nieuwe uitgaven en dat de ontwikkeling van zowel lasten als baten nadrukkelijk wordt gevolgd.
Daarbij speelt ook dat een nieuw raadsakkoord in voorbereiding is. De keuzes en prioriteiten die daarin op hoofdlijnen worden vastgelegd, zullen eveneens van invloed zijn op de financiële richting en kunnen het meerjarige beeld nog wijzigen.
Na ontvangst van de meicirculaire en in samenhang met het raadsakkoord vindt een integrale herijking plaats van de financiële positie. Op dat moment wordt duidelijk in hoeverre aanvullende maatregelen nodig zijn om te komen tot een structureel gezonde en sluitende begroting.
Het is aan de raad om, op basis van deze geactualiseerde inzichten, richting te geven aan de noodzakelijke keuzes en prioriteiten te bepalen voor de komende jaren.
